Dwangstoornis
Een dwangstoornis of dwangneurose is een obsessief-compulsieve stoornis. Het gaat bij deze kwaal om dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies) die je in de greep houden. Verzet tegen deze dwang levert enorme spanning en angst op, die pas vermindert als je eraan toegeeft.
Bekende voorbeelden van dwangstoornissen zijn smetvrees en buitensporige angst voor besmettelijke ziekten als aids. Er is pas sprake van een dwangstoornis als de dwanggedachten en/of - handelingen meer dan een uur per dag in beslag nemen. Dan heb je te maken met een ernstige aandoening die veel invloed heeft op iemands functioneren.
Een dwangstoornis heeft veel invloed op iemands functioneren en wordt meestal niet minder zonder behandeling.
De meest effectieve psychologische behandeling bij dwang is gedragstherapie. Het leren doorstaan van angstwekkende situaties wordt dan aangeleerd.
Vroeger werden ook vaak kalmeringsmiddelen gebruikt tegen dwang. De bekendste zijn benzodiazepines, zoals oxazepam en diazepam. Het nadeel van die middelen is dat ze versuffend kunnen werken en verslavend zijn. Je hebt ook steeds meer nodig om de angst voldoende te dempen.
Antidepressiva hebben deze nadelige bijwerkingen niet en verdienen daarom de voorkeur bij het bestijden van dwang. Ze onderdrukken de angsten goed en laten ze niet zelden geheel verdwijnen.
