Eetstoornis
Iemand met boulimia heeft last van onbeheersbare vreetbuien, dat wordt gecompenseerd met laxeren en braken. Tenminste drie maanden lang is er sprake van minimaal twee vreetbuien per week. Bij boulimia is er ook sprake van een gestoorde lichaamsbeleving.
Andere lichamelijke klachten die kunnen voorkomen bij eetstoornissen zijn: hartklachten, maag-darm stoornissen, gestoorde hormoonhuishouding, botontkalking
Een combinatie van lichamelijke, psychische en sociale factoren beïnvloeden het ontstaan van een eetstoornis. Zo is er een verband tussen depressie en eetstoornissen. Wat precies de oorzaak is en wat het gevolg is nog niet duidelijk. Daarnaast worden vreetbuien gezien als een vorm van geconditioneerd gedrag: iemand grijpt bij vervelende gebeurtenissen en frustraties direct naar eten. Met name bij boulimia kunnen traumatische gebeurtenissen uit de kindertijd invloed hebben op het ontstaan van een (latere) eetstoornis. Een verstoorde moeder-dochter relatie kan ook van invloed zijn op het ontstaan van een eetstoornis, net als angst voor volwassenheid. Anorexia remt bovendien de lichamelijke groei naar volwassenheid.
Aangeboren karaktertrekken zijn waarschijnlijk ook van invloed. Voorbeelden zijn overheersende denkwijzen zoals een negatief denkbeeld, sterk zwart-wit denken of de neiging tot perfectionisme. Bepaalde gezinskenmerken komen bij mensen met eetstoornissen ook vaker voor, maar de vraag is of dit de oorzaak of het gevolg is van de eetstoornis.
Eetstoornissen komen vooral voor bij jonge vrouwen (één op de tien tot twintig personen is een man). Meer dan 30.000 vrouwen tussen de 15 en 29 jaar lijden in Nederland aan een eetstoornis. Per jaar komen er ongeveer 1200 anorexia- en 1800 boulimia-patiënten bij. Maar weinigen van hen zoeken medische hulp (6% van de boulimia- en 34% van de anorexia-patiënten). De hulp kan bestaan uit individuele gesprekstherapie, gedragstherapie, groepstherapie of gezinstherapie. Soms wordt ook gekozen voor een combinatie van verschillende behandelingen. Dwingende therapieën zijn niet doeltreffend. Soms worden bij anorexia kalmeringsmiddelen in combinatie met psychotherapie voorgeschreven om de spanningen te verminderen. Bij boulimia kunnen antidepressiva soms ondersteunend werken. Ze nemen echter de achterliggende problemen niet weg.
Voor welke behandeling ook wordt gekozen, in eerste instantie bestaat de behandeling uit herstel van het gewicht. Daarnaast zijn gunstige veranderingen in het zelfbeeld, lichaamsbeleving en sociale relaties van belang.
Een gedragstherapeutische behandeling is vrij gebruikelijk bij eetstoornissen. Daarbij wordt stapsgewijs geleerd om te gaan met stijgend gewicht door patiënten bloot te stellen aan voor hen angstige situaties totdat ze er vertrouwd mee raken. Cognitieve therapie – ook een psychotherapeutische behandeling – heeft als doel het veranderen van de verkeerde opvattingen over het eigen lichaam en gewicht. Groepstherapie heeft als voordeel dat er contact is met lotgenoten.
Soms heeft ambulante behandeling echter de voorkeur (overdag in behandeling en ’s avonds naar huis). Een 24-uurs behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis of speciale kliniek kan nodig zijn bij ernstige lichamelijke problemen. (Bijkomende) psychische stoornissen of een ernstig verstoorde thuissituatie kan opname ook wenselijk maken.
