Logo

Fobie

Agorafobie. Deze vorm hangt veelal samen met een paniekstoornis. De angst duikt op in plaatsen of situaties waar men niet direct kan ontkomen of hulp krijgen. Als gevolg daarvan gaat iemand met een dergelijke fobie óf niet alleen de deur uit, óf doorstaat de grootste angsten bij een uitstapje. Meestal treedt agorafobie op in ‘opgesloten’ ruimten, zoals bioscopen, de trein, de auto, of in een rij of grote mensenmenigte. Soms is het vermijdingsgedrag zo ernstig dat iemand helemaal niet meer de deur uitgaat. In andere gevallen gaat agorafobie niet gepaard met paniek. Het vermijden van bepaalde plekken of situaties gebeurt meestal wel, omdat die kunnen leiden tot klachten als duizeligheid of vallen, een onwerkelijk gevoel, controleverlies, braken of ‘hartklachten’.

Sociale fobie. Dit betreft hardnekkige en directe angst voor situaties waarin men kan ‘afgaan’, omdat men zich afgewezen voelt door anderen. Het mijden van situaties waarbij mensen betrokken zijn (spreken in het openbaar, dineren in gezelschap, urineren in een openbaar toilet, schrijven als op de vingers wordt gekeken, praten in een groep). Door de angst en vermijding die met deze fobie gepaard gaan, wordt het dagelijks functioneren belemmerd.

Enkelvoudige fobie. Deze fobie treedt op in andere situaties, namelijk die waarin sprake is van een specifieke angst voor iets. Voorbeelden: bloed, dieren, onweer, bruggen, tunnels, slikken, tandartsen, en angst voor gesloten ruimten, zoals liften.

 

De genoemde categorieën kunnen elkaar deels overlappen. Daarnaast is er nog een vierde categorie: de angstneurose. Dit betreft een buitensporige (irreële) angst voor bepaalde levensomstandigheden (zoals geld en gezondheid), zonder een goede reden. Deze angst leidt niet of nauwelijks tot vermijdingsgedrag. Angstneurose komt in uitzonderlijke gevallen voort uit lichamelijke klachten (zoals een schildklierafwijking of een cafeïnevergiftiging). Het is daarom verstandig om altijd een arts te raadplegen bij een angstneurose.
Bij een angstneurose is er sprake van minstens zes van de volgende symptomen: -beven -trillen -brok in de keel -vaak plassen -opvliegers -buikklachten -licht in het hoofd -droge mond -zweten -koude handen -hartkloppingen -kortademigheid -verstikkend gevoel -spierspanning of pijn -rusteloos -snel moe -prikkelbaar -slaapproblemen -blokkade in concentratie en denken -schrikachtig -op scherp staan -alles in de gaten moeten houden.Gesprekstherapie is de beste methode om een fobie te bestrijden. Allereerst gaat het om het ongevoelig maken voor de fobieprikkel. Daarna worden vaardigheden en gedragsalternatieven aangeleerd.
Manisch depressief
Een manisch-depressieve psychose wordt ook wel een bipolaire stemmingsstoornis genoemd. Het is een ernstige geestelijke stoornis, gekenmerkt door een meestal enkele maanden durende toestand van opgewondenheid (manie) die kan omslaan in een gedrukte stemming (depressie). De oorzaak is onbekend en ook de ontstaanswijze is nog zeer onduidelijk. De aandoening behoort tot de groep van de psychosen. Dit zijn ernstige geestelijke stoornissen, waartoe ook de zogenaamde gespleten persoonlijkheid (schizofrenie) behoort.

 

Een depressieve periode wordt op een onverklaarbare manier afgewisseld door dagen of weken van manie. Een manische periode wordt gekenmerkt door een periode met uitgelaten, expansieve en/of prikkelbare stemmingen. Meestal treedt één van deze stemmingen op een tamelijk hardnekkige manier op de voorgrond. Drie van de volgende symptomen zijn tijdens een manische periode zeer duidelijk aanwezig: - toegenomen activiteit op sociaal, beroepsmatig of seksueel gebied; - spraakzamer dan gewoonlijk of de drang om te blijven spreken; - gedachtenvlucht of de subjectieve ervaring dat de gedachten jagen; - overdreven gevoel van eigenwaarde (eventueel grootheidsideeën of zelfs grootheidswaanzin); - afgenomen slaapbehoefte; - de aandacht wordt gemakkelijk afgeleid naar onbelangrijke of niet ter zake doende uitwendige prikkels; - zich sterk bezighouden met activiteiten die een grote kans hebben op pijnlijke consequenties die niet onderkend worden. Bijvoorbeeld teveel geld uitgeven, seksuele indiscreties, onverstandige zakelijke investeringen doen en roekeloos autorijden.
De manisch-depressieve psychose is meestal erfelijk bepaald. De aandoening doet zich veel vaker voor in de depressieve vorm dan in de manische vorm. Het begin van de aandoening ligt zelden voor het twintigste jaar.
Na het dertigste jaar neemt het aantal gevallen sterk toe en soms doen de eerste verschijnselen zich pas op veel latere leeftijd voor. Zowel de manische- als de depressieve verschijnselen worden met wisselend succes bestreden met geneesmiddelen.
Antidepressiva zijn medicamenten die de communicatie of informatieoverdracht tussen de cellen van de hersenen herstellen. Momenteel zijn er in Nederland zo’n twintig antidepressiva op de markt. Deze kunnen worden onderverdeeld in twee groepen: de klassieke en moderne soorten. De chemische structuur en de manier waarop ze de hersenen beïnvloeden, is anders. Ze remmen allebei de heropname van neurotransmitters, waardoor deze stoffen langer aanwezig blijven in de hersenen, maar de bijwerkingen zijn anders. Klassieke antidepressiva kennen bijwerkingen als een droge mond, sufheid, verstopping, misselijkheid en bloeddrukverlaging. Deze bijwerkingen zijn meestal hinderlijk en kunnen gevaarlijk zijn bij overdosering. Moderne antidepressiva zijn over het algemeen veiliger, ook bij een hoge dosering. Het nadeel van deze middelen is dat ze pas na twee tot drie weken hun diensten gaan bewijzen. Eventuele bijwerkingen treden meestal in die periode op en verdwijnen later weer.

 

De meeste mensen die antidepressiva gebruiken ondervinden geen persoonlijkheidsveranderingen door de medicatie. Twee op de drie mensen heeft er baat bij en ze zijn niet verslavend. Het kan wel enkele weken duren voordat verbetering merkbaar is. Sommige mensen krijgen last van bijwerkingen, anderen niet. Als de depressieve klachten minder worden, is het af te raden om zelf de medicatie af te bouwen. Betrek daar in ieder geval de behandelaar bij. Therapie Cognitieve gedragstherapie (CTG) is erop gericht een einde te maken aan hulpeloos en hopeloos makende denkgewoonten. Bij mildere of matige vormen van depressie is het een effectieve behandelmethode. Er zijn ook aanwijzingen dat cognitieve gedragstherapie beter bestand maakt tegen een eventuele terugval.

 

Gespannen of problematische relaties met anderen dragen bij tot het ontstaan en voortbestaan van depressies. Interpersoonlijke- of relatietherapie zijn vormen van psychotherapie die specifiek gericht zijn op deze problemen. Ze kunnen zowel in groepsvorm als individueel plaatsvinden en helpen om nieuwe denk- en gedragspatronen aan te leren. De therapieën zijn vooral geschikt gebleken bij unipolaire depressies, eventueel in combinatie met medicatie.
« Terug

Contact

telefoon_icon     +31(0)77 467 86 17

contact_icon     info@zandberghoeve.com

Het secretariaat is van maandag t/m donderdag bereikbaar van 09.00 uur tot 12.00 uur.

Dossiervoering en Privacy

De cliënt staat binnen onze instelling centraal en daarom hechten wij aan een optimale privacy-bescherming bij vastlegging van- en inzage in uw dossier. Voor onze dossiervoering maken wij gebruik van Careweb van 12Care. Dit dossier voldoet aan de strengste eisen van het Ministerie van VWS en het College Bescherming Persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.careweb.nl.