Logo

Paniek

 De meest voorkomende lichamelijke klachten tijdens een paniekaanval zijn hartkloppingen, een drukkend gevoel op de borst, misselijkheid en transpireren. Vaak krijgen mensen steeds in dezelfde situatie een paniekaanval. Bijvoorbeeld in de supermarkt, in het openbaar vervoer, op autosnelwegen of in grote open ruimten. Vaak zie je dat ze deze plekken na verloop van tijd gaan vermijden. Dan is er sprake van agorafobie, dat plein- of straatvrees betekent.
Voor paniek geldt net als voor angst dat uiteenlopende factoren van invloed zijn op het ontwikkelen van een paniekstoornis. Er is eveneens sprake van factoren als erfelijke aanleg en opvoeding, die iemand gevoelig kunnen maken voor deze stoornis. Meestal treedt paniek op tijdens of vlak na emotioneel belastende omstandigheden. Het biochemisch evenwicht in de hersenen raakt verstoord en verdwijnt pas na een goede behandeling.
De meest effectieve psychologische behandeling van paniekaanvallen is gedragstherapie. Het leren doorstaan van angstwekkende situaties wordt ‘exposure’ genoemd. Dat vormt het belangrijkste onderdeel van de gedragstherapie.
Vroeger werden ook vaak kalmeringsmiddelen gebruikt bij het bestrijden van paniekaanvallen. De bekendste zijn benzodiazepines, zoals oxazepam en diazepam. Het nadeel van die middelen is dat ze versuffend kunnen werken en verslavend zijn. Je hebt ook steeds meer nodig om de angsten voldoende te dempen.
Antidepressiva hebben deze nadelige bijwerkingen niet en verdienen daarom de voorkeur bij het bestijden van dwang. Ze onderdrukken de angsten goed en laten ze niet zelden geheel verdwijnen.
Posttraumatische stress-stoornis
Een Posttraumatische stress-stoornis (ptss) is een ernstige stressreactie op een schokkende, onverwachte gebeurtenis die alle veiligheid en vanzelfsprekendheid wegvaagt. Het kan gaan om één schokkende gebeurtenis, zoals een vliegtuigongeluk, of een traumatische gebeurtenis die zich uitstrekt over een langere periode, zoals bij incest- of oorlogsslachtoffers.

De belangrijkste symptomen zijn: -terugkerende, onverwacht opduikende herinneringen, herbelevingen of nachtmerries; -van streek raken bij alles wat aan de traumatische gebeurtenis herinnert; -situaties uit de weg gaan die associaties oproepen met de schok; -het zich niet kunnen herinneren van de schokkende gebeurtenis; -een gevoel van vervreemding ten aanzien van eigen het gevoel of lichaam (als gevolg van zelfbescherming tijdens de gebeurtenis); -nauwelijks belangstelling tonen voor de omgeving en dagelijkse gebeurtenissen; -onredelijke woedeuitbarstingen, irritaties, huilbuien en schuldgevoelens; -altijd alert zijn en om het minste of geringste schrikken; -slecht slapen; -lusteloosheid; -concentratieproblemen.
De klachten doen zich soms pas na jaren voor (zoals bij oorlogsslachtoffers).

 

Schokkende en traumatische gebeurtenissen komen dagelijks voor. Om een paar voorbeelden te noemen: in 1994 werden in Nederland 164 mensen vermoord. Naar schatting worden ongeveer anderhalf miljoen mensen in Nederland slachtoffer van geweld of bedreiging. Verder raken er ieder jaar tienduizenden mensen betrokken bij auto-ongelukken. Ongeveer 200.000 van die groep heeft behoefte aan psychische steun, maar slechts 20 procent zoekt daadwerkelijk hulp.
Bij het Bureau Slachtofferhulp bieden vrijwilligers de mogelijkheid aan slachtoffers om kort na de gebeurtenis te vertellen over wat ze hebben meegemaakt. Daarna vinden desgewenst nog enige vervolggesprekken plaats. Bureau Slachtofferhulp verstrekt ook informatie over de mogelijkheden voor lotgenotencontact. Gesprekken met de huisarts kunnen ook helpen om het trauma te verwerken. Bovendien kan deze rustgevende medicijnen voorschrijven om in de begintijd al te extreme angsten of slaapproblemen tegen te gaan. De medicijnen kunnen het probleem echter niet oplossen en werken (op den duur) verslavend. Het RIAGG, een psychotherapeut of psychiater kunnen hulp bieden. Datzelfde geldt voor organisaties die gespecialiseerd zijn in hulp aan bepaalde groepen met ptss.
Postnatale depressie
De hormonale veranderingen na de bevalling hebben niet alleen veel effect op je lichaam maar ook op je emoties. Het is bijna onvermijdelijk dat je ongeveer de derde dag na de bevalling een vreselijke huildag hebt. Dit is een logische reactie op de nieuwe situatie. Maar na een paar dagen gaat deze depressie weer over en kun je van je kind genieten. Toch zijn er vrouwen die neerslachtig worden en blijven. Dat noemen we een postnatale depressie.

 

Bij een postnatale depressie ben je bang, onrustig en depressief. Men vermoedt dat de oorzaak de zeer grote daling van hormonen is, met daarbij opgeteld de algehele uitputting en ongemak in de dagen na de bevalling. Een lichte depressie begint meestal drie tot vier dagen na de bevalling en duurt maar een paar dagen. Sommige vrouwen hebben wekenlang klachten. Ze voelen zich totaal niet opgewassen tegen de nieuwe situatie. Een postnatale depressie begint meestal binnen een paar weken na de geboorte en kan wel een jaar of langer duren.
In extreme gevallen kan er een postnatale psychose zijn, gekenmerkt door volledige instorting. Je hebt de grootste kans op een postnatale depressie als je ook andere spanningen hebt, zoals relatieproblemen, de angst of je het wel aankunt, financiële problemen. Ook een slechte hormoonbalans kan een rol spelen en eerdere postnatale depressies. Ga daarom naar je arts en bespreek de problemen. Misschien ligt het aan je schildklier of aan je bloedsuikerspiegel.

 

Hoe weet je nu of je ‘gewoon’ depressief bent of een postnatale depressie hebt? Bij een lichte depressie ben je prikkelbaar, huilerig en voel je je kwetsbaar. Je bent ongerust en bang voor de nieuwe verantwoordelijkheid die een kind met zich meebrengt. Bij een postnatale depressie echter ben je voortdurend ongelukkig. Je voelt je schuldig en hebt het gevoel tekort te schieten. Je piekert en je hebt geen zin in seks. Bij een postnatale psychose ben je hyperactief, manisch en uitgelaten. Ook kun je juist depressief zijn en niet kunnen slapen, paniekaanvallen hebben en bijna schizofreen gedrag vertonen met hallucinaties.
Rouw
Rouw is het geheel van reacties na het verlies van iemand die belangrijk voor je is geweest. Hoe intenser de band, hoe intenser de rouw. Daarbij gaat het zeker niet alleen om relaties met een positief karakter. Relaties waarin sprake is geweest van ruzies, conflicten en negatieve gevoelens kunnen eveneens intense rouw tot gevolg hebben.
Volgens de Amerikaanse psychiater W. Worden maken mensen na het overlijden van een voor hem of haar belangrijk persoon vier fasen mee: 1 Aanvaarden of ontkennen, 2 pijn en verdriet, 3 aanpassen van verwachtingen, ideeën en opvattingen over de toekomst en het leven, 4 de dierbare een nieuwe plek geven.
Aanvaarden of ontkennen Na het overlijden van een dierbare is het gevoelsmatig moeilijk om te beseffen dat het verlies heeft plaatsgevonden. Dit ongeloof gaat gepaard met woorden als: ‘ik kan het niet accepteren’ en ‘het dringt niet tot mij door dat hij nooit meer terug zal komen’. Het verlies dringt meestal heel geleidelijk tot je door. Het aanvaarden van het verlies gaat gepaard met hele moeilijke situaties, waarin je eraan herinnerd wordt dat de ander er niet meer is. Overal waar je komt waar de overledene ook kwam en alles wat je doet waar die persoon voorheen bij aanwezig was. Steeds meer word je met de neus op de feiten gedrukt: de dierbare is werkelijk voorgoed weg. Sommige mensen die rouwen vinden het zo moeilijk om te aanvaarden dat de dierbare werkelijk overleden is dat ze liever doen alsof er niets gebeurd is. Dat is op zich niet raar. Het verdriet is immers intens en de gevolgen vaak veelomvattend. De ontkenning van het verlies kan geheel of gedeeltelijk zijn. Er is sprake van totale ontkenning als je gelooft dat de dierbare niet dood is en terugkeert in het leven. Gedeeltelijke ontkenning is bijvoorbeeld dat je nog een tijd met de overledene praat of de tafel voor hem of haar dekt. Ontkenning is een begrijpelijke en normale reactie, maar langdurige ontkenning kan het verwerken van het verlies steeds moeilijker maken.
Pijn en verdriet Als je een dierbare verliest gaat dat vaak gepaard met emotionele pijn. Emotionele reacties als angst, verdriet, boosheid en schuldgevoelens kunnen dan voorkomen. De mate waarin deze gevoelens voorkomen verschilt meestal. Het ene moment ben je intens verdrietig en verlang je hevig naar de overledene. Het andere moment is het verdriet meer op de achtergrond aanwezig. Toch is pijn en verdriet geen must tijdens een rouwproces, ook niet als je veel van de overledene hebt gehouden. Bovendien is het zo dat niet iedereen uiting geeft aan verdriet. Het uiten en ervaren van rouwgevoelens is ook iets anders.
Verdriet kun je ervaren, terwijl je het met niemand deelt. Datzelfde geldt voor gevoelens van blijdschap: de een reageert ingetogener dan de ander. Probeer de pijn en het verdriet dat je voelt een plek te geven, hoe je het ook ervaart of uit. Voortdurend voor het verdriet weglopen door het te onderdrukken of herinneringen aan de dierbare weg te stoppen, maakt het rouwproces alleen maar moeilijker. Aanpassen Je krijgt meestal te maken met grote of minder grote veranderingen in je leven als een dierbare overlijdt. De mate waarin de veranderingen van toepassing zijn is afhankelijk van de rol van de overledene. Een vrouw van wie de overleden man alle praktische zaken regelde, zal deze voortaan zelf moeten doen of door iemand anders moeten laten uitvoeren. En een vrouw die de opvoeding deelde met haar man staat ineens alleen voor opvoedkundige taken. Soms verandert je identiteit als nabestaande ook als je een dierbare verliest. Bijvoorbeeld als je vrouw overlijdt en je je geen echtgenoot meer voelt maar een weduwnaar. Een moeder die haar kind verliest, kan haar moedergevoelens ook kwijtraken. En kinderen die hun ouders verliezen, verliezen soms het gevoel om kind te kunnen zijn bij iemand. Er zijn veel veranderingen waar je doorheen moet als nabestaande. Het aanpassen van verwachtingen, ideeën en opvattingen over de toekomst en het leven. Vaak hebben nabestaanden het gevoel dat alle richting in het leven verloren is gegaan. Je kunt ook langdurig bezig zijn met de vraag waarom je dierbare is overleden. Vaak is er echter geen antwoord op die vraag te vinden en moet je ermee leren leven dat die vraag niet beantwoord kan worden.
De dierbare een nieuwe plek geven Het is onmogelijk om een dierbare na het overlijden te vergeten of los te laten. De relatie met je dierbare blijft bestaan, maar verandert. Wat vroeger werd gezegd, namelijk dat je de band met een overledene moet doorsnijden om het verlies te kunnen verwerken, is dus onzin. Het is zelfs onmogelijk. Wel is het belangrijk om de overledene een nieuwe plek te geven in je leven. Een geschikte plek is een plek die het jou mogelijk maakt om je te richten op de toekomst, bijvoorbeeld dingen die niets te maken hebben met de overledene. Het aangaan van (een) nieuwe (intieme) relatie(s) hoort daar ook bij. Een nieuwe intieme relatie aangaan kan heel moeilijk zijn als je je partner hebt verloren. Vaak gaat dat gepaard met schuldgevoel tegenover de overleden partner. Toch doet het aangaan van een nieuwe intieme relatie in feite niets af aan de band met de overleden partner.
Voor sommigen is het heel moeilijk om de dierbare een nieuwe plek te geven in het leven. Sommigen blijven vasthouden aan de overledene en willen de band met hem of haar niet veranderen. Het kan ook zijn dat je je niet op de toekomst durft te richten omdat je het moeilijk vindt om zonder je dierbare verder te gaan. Vooral bij ouderen speelt dit probleem een rol, omdat verlies van een partner op latere leeftijd extra moeilijk kan zijn. Bovendien zijn ouderen niet altijd in staat om zelfstandig dingen te ondernemen of nieuwe contacten aan te gaan.rouwfase doorneemt.
« Terug

Contact

telefoon_icon     +31(0)77 467 86 17

contact_icon     info@zandberghoeve.com

Het secretariaat is van maandag t/m donderdag bereikbaar van 09.00 uur tot 12.00 uur.

Dossiervoering en Privacy

De cliënt staat binnen onze instelling centraal en daarom hechten wij aan een optimale privacy-bescherming bij vastlegging van- en inzage in uw dossier. Voor onze dossiervoering maken wij gebruik van Careweb van 12Care. Dit dossier voldoet aan de strengste eisen van het Ministerie van VWS en het College Bescherming Persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.careweb.nl.